Vlagetiquette

De aloude vlag van de Nederlanden is het symbool van het streven naar onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.

De kleuren zijn in volgorde oranje, wit en blauw in horizontale banden en de lengte dient zich te verhouden tot de breedte als 3:2.

De vlag wordt gehesen aan een stok, waarvan de lengte zodanig is dat de vlag (ook halfstok gehesen) nooit de grond raakt. Tussen zonsondergang en zonsopgang mag de vlag niet gehesen worden (of gehesen blijven). Bij uitzondering kan hiervan worden afgeweken mits de vlag zodanig wordt verlicht, dat de kleuren duidelijk herkenbaar zijn.

200 jaar nadat de soevereine vorst Willem I in Brussel op 21 september 1815 door de Staten-Generaal tot Koning van het Verenigde Koninkrijk der Nederlanden werd uitgeroepen blijven we nog steeds “den Vaderland getrouwe” en geven wij dit aan door het hijsen van onze driekleur.

Hoewel ons comité de kleuren oranje-blanje-bleu voorstaat, wordt het vlaggen met rood-wit-blauw en de Vlaamse Leeuw, tezamen met de Prinsenvlag, niet afgewezen.